Milde klachten, ik liet me testen!

Verkouden. Keelpijn. Hoestje. Lichte verhoging.

Sh*t, ik heb milde klachten. Corona? De woorden van de minister spoken door mijn hoofd. Iedereen met milde klachten kan zich laten testen op corona. Bedoelt hij mij nu? Ik merk weerstand. Ik wil dit niet. Gedoe. En ik vind het spannend. Zo’n staafje in je keel en neus. Nee bedankt. Ik sla liever over.

Moet ik me laten testen?

Ik voel mijn verantwoordelijkheidsgevoel opborrelen. Ik weet van binnen wel dat hij mij bedoelt. Ik ga online en lees meer over de coronatest. Inderdaad, mijn klachten staan er alle vier bij. Ik overleg met mijn man. Die zegt ‘Hoe kan jij nou corona hebben, je ziet bijna niemand’. Dat is waar. Het kan bijna niet. En dan zou hij ook klachten moeten hebben toch? Niet per se. Het is nu avond, dus ik kan toch niet bellen. Morgenochtend zie ik wel verder.

Milde klachten

De keelpijn blijft, en het hoestje ook. Dit is geen hooikoorts. Het is een verkoudheid. Dus ik heb hoe dan ook ergens een virusje opgepikt. Ik kan het niet ontkennen, ik ga me laten testen. De onzekerheid slurpt me leeg. Ik heb er geen zin in, maar bekijk het positief, het is vast een unieke ervaring. Hoe vaak in je leven ga je nou door een coronatest-straat… 😉

Bellen

Ik bel het nummer. Allereerst wordt er een bandje afgespeeld met informatie. Ik bel het testnummer. Alleen bedoeld voor het maken van afspraken, niet voor informatie. Ik moet mijn BSN bij de hand houden. Ze hebben mijn telefoonnummer en e-mail nodig, ze zullen mijn klachten registreren, het gesprek wordt opgenomen. “Gaat u hiermee akkoord, toets dan 1”. Ik toets 1.

Afspraak maken

Ik krijg een vriendelijke jongedame aan de lijn. Ze vraagt mijn naam, geboortedatum, klachten en BSN. Ze is het met me eens dat een test een goed idee is, en gaat een afspraak plannen. Ik kan over een uurtje al terecht. Dat is fijn. Ik krijg het adres door en op de locatie zal alles zich vanzelf wijzen. Ik zal een afspraakbevestiging krijgen per sms en e-mail. Ik informeer mijn man dat ik zo even weg ben. Ik vind het spannend, maar ben ook blij dat ik gewoon gebeld heb. Dan is de twijfel straks gewoon weg. En ben ik een ‘coronatest-straat’ ervaring rijker.

Coronatest-straat

Ik stap in de auto. Helaas geen testlocatie in mijn woonplaats, dus ik moet 13 minuten rijden. Op de locatie hangt een grote GGD-vlag en een pijl met “Ingang Teststraat”. Ik zie heel veel rood-witte linten over het parkeerterrein gespannen. Moet ik hier nu inrijden? Er zijn geen andere auto’s. Aan het einde van de linten staat wel een meneer in een fluoriserend geel pak. Ik slalom tussen de linten door. Het voelt alsof ik in de maling genomen wordt. Vijf haarspeldbochten op de parkeerplaats. Klopt dit wel? Het is een attractie op zich. Gelukkig ben ik tijdens de quarantaine het autorijden niet verleerd. Ik manoeuvreer de auto perfect tussen de linten door.

Mens-in-beschermende-kleding

De man lacht vriendelijk als ik naast hem stop en verwijst me door naar teststraat 3. In de hal waar ik voor sta zie ik een aantal teststraten. Mensen in beschermende kleding en mensen in een soort minikantoortjes. Op de grond zijn zwart-gele strepen en pijlen geplakt om duidelijk te maken waar je moet rijden. Ik zie op een minikantoortje groot het nummer 3 staan, en het ‘mens-in-beschermende-kleding’ zwaait dat hij er klaar voor is. Duidelijk.

Minikantoortje

Ik rijd eerst langs het minikantoortje. Een vriendelijke mevrouw heet me welkom en vraagt om mijn naam. Laatst cijfers BSN. Of ik een afspraakbevestiging heb gehad via app en mail? Nee via SMS en mail. Ze kijkt me vragend aan. “U zei via de app, maar het was SMS en mail”. Ze moet lachen, detail. Ik ben nu eenmaal punctueel, informatie moet kloppen. Ik mag doorrijden naar haar collega. Het mens-in-beschermende-kleding blijkt een vriendelijke jongeman te zijn. Hij stelt zich voor en legt uit dat hij twee swabs gaat nemen. In de keel en in de neus. “In de keel kan wat kokhalzen veroorzaken, dus ik hoop dat u goed ontbeten heeft”. Ik ben even in de war. Ik ben ietwat gespannen en rekende niet op een grapje. Het kwartje valt en ik kan hem geruststellen. “Alleen een banaantje”.

Staafjes

Ik moet naar boven kijken en mijn mond openen. Dan ‘aaaaa’ zeggen. Het staafje gaat achterin mijn keel en hij draait het een paar keer rond. Onaangenaam en ik moet er inderdaad van kokken. Het banaantje blijft binnen. Fijn is anders. Dan de neus, waar ik meer tegenop zie. Ik vraag hem of deze nog erger is. Hij zegt van niet. Inderdaad, de neus is ook onaangenaam, maar de keel was vervelender. Dan is het al klaar. Hij wenst me een fijne dag. Ik start de auto en volg de pijlen naar de uitgang. Buiten de hal zet ik de auto even stil voor een slokje water en een dropje. Dat was het al. Nu wachten op de uitslag. Die komt per e-mail of telefonisch. Als het goed is binnen 48 uur.

Uitslag

De lengte van mijn uren komt blijkbaar niet overeen met die van de GGD. Hun 48 uur duurt langer. Hun 48 uur duurt voor mij 73 uur en 10 minuten. But who´s counting. Het wachten is irritant. Ik kan hen niet bellen, zij bellen mij. Met een anoniem nummer. Ik wil hét telefoontje niet missen, dus ik loop 73 uur met mijn telefoon aan mijn hand geplakt. Ik haat dat. Ik ben er juist zo trots op dat ik niet altijd bereikbaar ben. Mijn telefoon slingert vaak gewoon wat rond. Ook wilde ik de uitslag graag voor vaderdag hebben, dan kan ik met een gerust hart mijn vader bezoeken. Na 73 uur en 10 min is daar het verlossende telefoontje. “Met die-en-die van de GGD, ik bel over de coronatest”. “Ja heel fijn!” “Excuses voor het wachten, gelukkig heb ik goed nieuws. U bent negatief”. Dat hoor ik niet vaak, maar is in dit geval hele positieve feedback!

Meer lezen?

Een miracle Morning, kan ik dat?

Boekentip: Inspiratie om te bewegen

Schrijf je in voor mijn nieuwsbrief:

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *